Heb ik als verzekerde bij ontslag recht op vrije advocaatkeuze?

Stichting Achmea Rechtsbijstand heeft in haar ‘Juridische Barometer 2016-2017’ vermeld dat het aantal juridische hulpverzoeken wederom is toegenomen.

 

Ongeveer een kwart van de juridische hulpvragen had betrekking op het arbeidsrecht. Opvallende trend is een afname van het aantal ontslagzaken en een toename van geschillen tussen werkgever en werknemer over ziekteverzuim en re-integratietrajecten.

 

Deze afname schrijft Achmea Rechtsbijstand voornamelijk toe aan het economisch herstel. Mijn inschatting en ervaring is dat door invoering van de Wet Werk en Zekerheid per 1 juli 2015 het aantal ontslagzaken fors is afgenomen vanwege de strengere ontslagvereisten.

 

Volgens de Achmea Rechtsbijstand zijn de meest voorkomende oorzaken van ontslag:

  • Reorganisatie
  • Verstoorde arbeidsverhouding
  • Disfunctioneren
  • Langdurige arbeidsongeschiktheid
  • Ontslag op staande voet

In de praktijk worden veel werknemers in ontslagzaken bijgestaan door juristen van één van de grote rechtsbijstandsverzekeraars, DAS Rechtsbijstand, ARAG of Stichting Achmea Rechtsbijstand.

 

De kwaliteit van dienstverlening is wisselend en is afhankelijk van de behandelend jurist. Het is geen geheim dat rechtsbijstandsverzekeraars uit kostenoverwegingen er een belang bij hebben om de omloopsnelheid van een (arbeid)zaak zo kort mogelijk te houden.

 

Veel gehoorde punten van kritiek over rechtsbijstandsjuristen zijn het gebrek aan tijd en/of aandacht voor de zaak c.q. cliënt, geen mogelijkheid voor een persoonlijk onderhoud op kantoor, en het te snel willen bereiken van een schikking met als gevolg een te gering resultaat. Dit laatste kan zich in de arbeidsrechtpraktijk vertalen in het genoegen moeten nemen met een te lage beëindigingsvergoeding.

 

Het recht op vrije advocaatkeuze wordt door rechtsbijstandsverzekeraars veelal beperkt tot het voeren van gerechtelijke procedures. Als gevolg hiervan staan verzekerden bij arbeidsgeschillen over de beëindiging van het dienstverband voor de lastige keuze om te kiezen tussen ‘gratis’ rechtsbijstand van de jurist van de verzekeraar of kostbare rechtsbijstand van een advocaat.

 

Voor het maken van een verstandige keuze kunnen de volgende aspecten meespelen: is er uitzicht op een substantiële vergoeding, is er voldoende vertrouwen in de rechtsbijstandsjurist, is mijn werkgever bereid om de kosten juridische bijstand (deels) te vergoeden, is mijn advocaat bereid om een reëel tarief te rekenen.

 

Komt het tot een (gerechtelijke) procedure of wilt u beslag leggen of een faillissementsverzoek indienen, dan is uw rechtsbijstandsverzekeraar verplicht om gevolg te geven aan het beginsel van vrije advocaatkeuze. In die gevallen moet op verzoek van verzekerde de behandeling van een zaak worden uitbesteed aan de advocaat van uw keuze. In de praktijk wijst een rechtsbijstandsverzekeraar zelden een verzekerde op dit recht.

 

Met deze column preek ik niet voor de eigen advocatenparochie, want voor veel particulieren en ondernemers uit het midden en kleinbedrijf doen er verstandig aan om een adequate rechtsbijstandsverzekering te sluiten. Op deze wijze wordt voorkomen dat zij niet worden geconfronteerd met fikse advocaatkosten, wanneer er rechtsbijstand gewenst of nodig is.

 

De afgelopen jaren heb ik dan ook meerdere malen als huisadvocaat van MKB bedrijven geadviseerd om de rechtsbijstandspolis te behouden, zodat ook in de gevallen waarin specialistische (proces)rechtsbijstand nodig is er kosteloos een beroep kan worden gedaan op een externe advocaat.

 

Mocht u meer informatie willen inwinnen over dit onderwerp, dan kunt u contact opnemen met mr. Otto Lenselink, specialist arbeidsrecht en aangesloten bij de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN).

 

Breda, februari 2017

Hoge Raad biedt duidelijkheid over de voorwaardelijke ontbinding na invoering WWZ

De op 1 juli 2015 ingevoerde Wet Werk en Zekerheid (WWZ) biedt de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen tegen ontbindingsbeschikkingen van de Kantonrechter.

 

In de rechtspraktijk oordeelden Kantonrechters verschillend over de vraag of onder het nieuwe ontslagrecht een arbeidsovereenkomst nog voorwaardelijk kan worden ontbonden.

 

Het voorwaardelijk ontbinden van een arbeidsovereenkomst heeft betrekking op de situatie waarin een werkgever de Kantonrechter verzoekt de arbeidsovereenkomst (voorwaardelijk) te ontbinden, voor het geval de arbeidsovereenkomst niet tot een einde is gekomen door het eerder gegeven ontslag op staande voet aan een werknemer.

 

Op 23 december 2016 heeft de Hoge Raad duidelijkheid geboden door te oordelen dat een werkgever, die een werknemer op staande voet heeft ontslagen, ook onder het nieuwe ontslagrecht een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan indienen, mits de desbetreffende Kantonrechter zelf oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is geweest.

 

Dit betekent dat een Kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet voorwaardelijk kan ontbinden, in het geval de Kantonrechter van oordeel is dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven.

 

Hierin schuilt een groot risico voor de werkgever voor de gevallen waarin het Gerechtshof, nadat de werknemer in hoger beroep is gegaan, alsnog oordeelt dat het ontslag niet rechtsgeldig was gegeven. De werkgever zal dan de ontslagen werknemer weer terug in dienst moeten nemen, al dan niet met de door het Gerechtshof opgelegde verplichting om loon te betalen over de periode dat er geen dienstverband was.

 

De Hoge Raad heeft voorts in het arrest van 23 december 2016 beslist dat procedures over de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet en de voorwaardelijke ontbindingsprocedure zoveel mogelijk gelijktijdig en in onderlinge samenhang moeten worden behandeld.

 

Conclusie: het geven van een ontslag op staande voet blijft doorgaans een bijzonder risicovolle aangelegenheid, waarbij een voorwaardelijk ontbindingsverzoek niet altijd de gewilde rechtszekerheid biedt. Het alternatief om een werknemer op non-actief te stellen, gevolgd door een ontbindingsprocedure wegens een verwijtbaar handelen (de zogeheten e-grond) is veelal aantrekkelijker.

 

Voor meer informatie over ontslag op staande voet, voorwaardelijk ontbinding, en andere arbeidsrechtelijke onderwerpen, kunt u contact opnemen met mr. Otto Lenselink, Specialist Arbeidsrecht (olenselink@buntsma.nl).

 

Januari 2016

 

Hoge Raad 23 december 2016: ECLI:HR:2016:2998

 

Http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:HR:2016:2998

Hongaarse Chauffeurs vallen onder Nederlandse CAO Beroepsgoederenvervoer