BEDRIJFSDIEFSTAL

Bedrijfsdiefstal, een veelvoorkomend probleem

Recent onderzoek van werkgeversorganisatie VNO-NCW heeft uitgewezen dat 61% van de door haar ondervraagde ondernemers uit het Midden – en Klein Bedrijf de afgelopen 3 jaar te maken heeft gehad met criminaliteit. In ongeveer één derde van de gevallen ging het om interne bedrijfsdiefstal. De schade die het Nederlandse bedrijfsleven ondervindt ten gevolg van diefstal door het eigen persool loopt in de tientallen miljoenen. Bedrijfsdiefstal vormt dan ook een reëel probleem voor de MKB-ondernemer.

Een onmiddellijk beëindiging van het dienstverband wegens een dringende reden dient in de eerste plaats te voldoen aan een aantal formele eisen. Een zogenaamd ontslag op staande voet, dient onverwijld te worden gegeven, moet onmiddellijk ingaan en het moet de werknemer duidelijk zijn op welke gedraging het ontslag op staande voet betrekking heeft. De sanctie voor het niet voldoen aan één van deze vereisten is nietigheid. In dat geval duurt de arbeidsovereenkomst voort. Ter voorkoming daarvan verdient het aanbeveling dat zekerheidshalve een verzoekschrift wordt ingediend bij de sector kanton van de rechtbank strekkende tot ontbinding van de overeenkomst. Dat wil zeggen voor zover het ontslag op staande voet achteraf niet rechtgeldig blijkt gegeven.

Bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een terechte dringende reden moeten namelijk alle omstandigheden van  de situatie in ogenschouw worden genomen. Blijkens de rechtspraak wordt veel waarde gehecht aan de omstandigheden van het geval zoals: de aard en de ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, de aard van de arbeidsovereenkomst, de duur van de arbeidsovereenkomst, de wijze waarop de werknemer heeft gefunctioneerd, de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem hebben.

Het is van belang dat de werkgever een consequent beleid voert ten aanzien van diefstal door het personeel. Uit de rechtspraak blijkt dat diefstal in het kader van een arbeidsovereenkomst een werknemer zwaar wordt aangerekend. Veelal wordt geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst terecht met onmiddellijke ingang wordt beëindigd. Dat geldt des te meer als binnen de organisatie van de werkgever regels gelden waarin duidelijk wordt aangegeven dat diefstal niet is toegestaan en zwaar zal worden bestraft en deze regels bij herhaling aan de werknemer kenbaar zijn gemaakt.

Uiteraard ligt het op de weg van de werkgever om aan te tonen dat de werknemer zicht schuldig heeft gemaakt aan diefstal. Slaagt de werkgever er niet in daarvan het bewijs te leveren, dan zal een rechter het ontslag op staande voet niet honoreren.

De werkgever kan naast de rechtstreekse schade die het gevolg is van het stelen van goederen ook de onderzoekskosten (bijvoorbeeld recherchewerkzaamheden) verhalen op de werknemer indien deze kosten goed zijn geadministreerd en niet buitenproportioneel zijn.

In ieder geval verdient het aanbeveling dat een werkgever die geconfronteerd wordt met bedrijfsdiefstal zicht wendt tot jurist.

TOP

 

TERUG

Bouwrecht/ onrechtmatige daad

Verkeersboetes

Bedrijfsdiefstal

Gebrek na koop woning

© Buntsma & Van Dooren